Hoeilaartse cijnsplichtigen rond 1321

In het Algemeen Rijksarchief bevindt zich het oudste cijnsregister van de Ammanie Brussel. Het dateert uit 1321. Een volledige uitgave van het register werd in 1958 verzorgd door Mina Martens : Le censier ducal pour l’ammanie de Bruxelles de 1321. Naast de stad Brussel komen ook de dorpen in de omgeving aan bod. Het gaat om cijnsgoederen van de hertog van Brabant. Deze panden of percelen moesten jaarlijks een cijns, nu zouden we zeggen een belasting, betalen aan de hertog.

Het register is een perkamenten document van in totaal 71 folio’s, zowel aan de voorzijde als aan de achterzijde beschreven. Na 1321 werd het nog verder gebruikt. We merken dat aan schrappingen in de tekst, toevoegingen tussen twee lijntjes van nieuwe namen of elementen. Ook aan het register zelf werden nog folio’s toegevoegd. Zo is er een klein stukje papier dat toegevoegd werd na folio 69 enkel beschreven aan de voorzijde en waarop 5 cijnsplichtigen zijn vermeld. Ook de folio’s 70 en 71 zijn na een blanco gelaten pagina toegevoegd. Deze hebben evenwel wel het formaat van de overige folio’s uit het register. In tegenstelling tot de andere vermeldingen hebben deze toegevoegde folio’s geen hoofding, m.a.w. er wordt niet duidelijk gemaakt onder welk dorp deze toegevoegde cijnsplichtigen zich bevinden. Uit de inhoud kunnen we evenwel opmaken dat deze drie folio’s ons de namen geven van cijnsplichtigen te Hoeilaart. In het oorspronkelijke cijnsboek vinden we de cijnzen onder Hoeilaart op f° 9 verso: “Census castelli apud Holaer” met slechts 11 vermeldingen. De twee latere toevoegingen bij dit onderdeel zijn zeker niet in Hoeilaart te situeren. Het gaat om cijnsplichtigen die te Boendale en “Calcover” bezittingen hebben. Op f° 15 recto vinden we “Census apud Holaer” met twee vermeldingen. Te noteren valt dat Johannes Rotarius (Jan De Rademaker) op beide plaatsen(f° 9 recto en f° 15 recto) voorkomt.

Voor elk van de drie bijgevoegde folio’s (69, 70 en 71) kunnen we aantonen dat het om cijnsplichtigen uit de heerlijkheid Hoeilaart gaat. Het dorp zelf bestond uit twee heerlijkheden: Hoeilaart en Terheide. In deze toevoeging gaat het enkel om cijnzen binnen de heerlijkheid Hoeilaart. Het is immers deze heerlijkheid die in 1319 of 1327 teruggenomen werd door de Hertog van Brabant waardoor de cijnzen die rustten op de gronden in die heerlijkheid door de bezitters van die gronden – deze konden ook buiten de heerlijkheid Hoeilaart wonen – aan de hertog dienden betaald te worden.

Hoewel folio 69 slechts 5 (toegevoegde) items telt kunnen we uit deze vijf afleiden dat het om cijnsplichtigen uit Hoeilaart gaat. Onder het tweede item is er sprake van cijnsgoederen die afkomstig zijn van Egidius de Holaer en deze situeren zich in “ter Hagen”. Ter Hagen is een plaatsnaam die af en toe opduikt in Hoeilaartse archieven. Onder het derde item wordt een “domicella Heilewigis” vermeld, de moeder van de kasteleinen van Brussel, dezen waren tot het begin van de 14e eeuw, heren van de heerlijkheid Hoeilaart. Van de drie andere items is het zo dat de familie de Busco (Vandenbossche) veelvuldig voorkomt in middeleeuws Hoeilaart, evenwel niet in het oorspronkelijke cijnsboek. Ook de familienaam “de Keldere” komt elders voor net als Petrus Bonisays, maar dan wel als Petrus Bonifays wat waarschijnlijk de juiste lectuur is. In beide vermeldingen wordt er verwezen naar dezelfde oorspronkelijke eigenaar: God. Chymays.

Wat f° 70 recto en 70 verso aangaat vinden we daar ondermeer de pastoor van Hoeilaart (tweemaal) en volgende namen die afgeleid zijn van plaatsnamen uit Hoeilaart: Ulendale, Doenberghe, Molenberghe, of daaraan grenzend: Vliederbeke. De naam Quadepaepe/s komt ook voor onder de eerdere “Census apud Holaer”. Het zijn de twee enige vermeldingen van deze familienaam in het cijnsboek.

Voor de f° 71 recto en 71 verso is het minder uitgesproken maar zowel de H. Geest (=armentafel) als de kerk van Hoeilaart worden als cijnsplichtigen vermeld.

We menen dat we op die manier aangetoond hebben dat de toegevoegde folio’s in het oudste cijnsboek van de Ammanie Brussel slaan op het grondgebied van Hoeilaart. Het is dan ook uitzonderlijk dat men zo vroeg een vrij groot deel van de inwoners van een plattelandsgemeente met hun familienaam (weliswaar gelatiniseerd) kent.

Een volgende vraag die zich stelt: wanneer werden deze folio’s toegevoegd. Vermits het oorspronkelijke register opgesteld werd in 1321 en het volgend bewaard cijnsregister van de Ammanie het jaar 1346 draagt, moet de toevoeging zich tussen deze twee data situeren. Meer bepaald denken we aan 1327, het ogenblik dat Roger van Leefdaal het dorp teruggaf aan de hertog. Zoals hoger aangehaald bestaan er twee verschillende data voor de teruggave/terugname van de heerlijkheid Hoeilaart aan / van de Hertog. De conclusie is dat 1327 de voorkeur verdient.

In onderstaande lijst werden Latijnse (beroeps)eigennamen vervangen door hun Nederlandstalige vorm. De Latijnse versie werd tussen haakjes bewaard. We schikken ze volgens de alfabetische volgorde van de achternamen.

Inwoners zonder eigendom en eigenaars binnen de heerlijkheid Terheide die enkel in die heerlijkheid eigendom bezitten, komen in deze telling niet voor. Anderzijds kan deze fiscale telling ook namen bevatten van personen met bezittingen in Hoeilaart maar die elders verbleven.

Alfabetische namenlijst

Door: Michel Erkens